Wachten op wat komen gaat
Het kamp in Kabul, KAIA, is een saai doorgangskamp voor militairen. Morgen vertrekt er een vliegtuig, DC10, richting Eindhoven. Ik zal er ook in zitten. Alle reizigers lopen nu min of meer doelloos op KAIA rond. De meeste militairen kopen hun laatste soevenirs. Een aantal zit op het dak van het hoofdkwartier van waar af een prachtig uitzicht over het vliegveld. Geregeld landen of stijgen er helicopters (ik kan een Cougar nog steeds niet van een Black Hawk onderscheiden), Herculessen, DC10 en hoger, Gulfstreams en andere privevliegtuigen.
Militairen die dertig dagen of langer in Afghanistan verbleven, moeten naar Kreta voor een zogenoemd adaptatie-proces. Dit houdt in dat ze er twee dagen kunnen wennen aan de 'gewone' wereld. Daar krijgen ze ook een groepsdebriefing. Eenmaal in Nederland volgt er over een paar dagen een persoonlijke debriefing en vragenlijst over hun bevindingen. De meningen over dit hele traject zijn verdeeld. Kritiek op de hele procedure hoorde ik gedurende mijn reis al; met name van de mensen die niet in een groep hier zijn gekomen. 'Ik heb hier niets bijzonders meegemaakt, dus ik heb ook niets te vertellen', zegt een vrouwlijke sergeant. 'Van mij horen ze niks', hoor ik een manlijke kapitein zeggen. Een derde vindt het wel zinvol omdat hij verschillende TIC's, troops in contact, heeft meegemaakt.
De procedure is bedoeld om in de toekomst een post traumatisch stress syndroom of andere ellende te voorkomen. In Medisch Contact verschijnt hierover binnenkort een uitgebreid artikel, waarin ook de aalmoezenier aan het woord komt die de jongens van de Tijgercompagnie - de groep van de overleden korporaal - begeleidde.























Laatste reacties